December 2005 ( geprolongeerd December 2006) - Jutters’ Kerst

Er was eens een zeerob, zo’n echte ruwe bonk, die niks liever deed dan pinten bier slikken, as-t-ie aan de wal was. En hij zei óók dikwijls ’n hele grote vloek, maar daar meende-n-ie niks van, want onze zeerob was ’n goeie mens, zoals al onze zeerobben dat zijn. Z’n hart hing aan de wijde plas en dat is ’n goed ding. Maar z’n tong, die hing aan de koele pint, en dát is minder mooi, want daardoor vergat die zeerob z’n eigen en vloekte soms, dat ’t knetterde. En, al zou Onzlieveer ’t hem wel vergeven, omdat ie d’r toch niks van meende……de mensen, dachten daar anders over en noemden ‘m een slechtaard. En als alle mensen je voor slechtaard schelden, dan begin je daar in ’t lest zélf aan te geloven. Zo ook onze zeerob, eilaas! Hij dronk nog een pietsie meer dan vroeger en vond nog ’n paar nieuwe vloeken uit en toen werd ie van zijn schip getrapt; niet om de vloeken, want daar meende-n-ie niks van, maar om de vele pinten. En toen werd ie jutter en ’n jutter is een dief….en zó werd het alsmaar erger met onze zeerob, totdat……. Och de liefde is zo’n vreemdschoon ding, waar al vele sproken over geschreven zijn. Waarom zou ook zo’n rauwe zeerob niet aan de sproken van de liefde geloven, zelfs al is hij maar een jutter en een slechtaard? Zijn hart is zo ruim als onze eeuwige zee en zijn liefje heet Marie. Da’s geen sprookjesachtige naam, maar onze zeerob zélf heette Toon de Pint en wist helemaal niet dat er een sprookje ging gebeuren. ’s Lievrouke, die wist het, maar die zegt niks tegen vloekende zeerobben…. Of misschien tóch?…. En de plaats van ons sprookje heet Blutwijk aan Zee.